menu

Patiëntverhaal       

Rennen voor je leven
volgende

  

Ewald Lausberg (36) is commercieel directeur bij Store Support en mede-eigenaar samen met (studie)vrienden Ivo en Arjen. Samen met Arjen zou hij in 2014 op uitnodiging van KiKa meedoen aan de marathon in New York. Goed nieuws, maar helaas volgde er ook een slecht bericht: teelbalkanker. Was dit het einde, of werd het de finish? Het werd het laatste. Op 6 november 2014 liep hij met de chemo nog in zijn lijf over de finish in Central Park.”

De ene dag drink je champagne, de dag erna zit je in het ziekenhuis.

 

Hoe zag je leven eruit voordat je ziek werd?

“Ik was jong en het leven zag er goed uit. Persoonlijk en zakelijk. Met ons bedrijf Store Support hadden we wederom een druk jaar gehad en ik was moe. Het was eind 2013. Samen met mijn vrouw Kim en onze dochter Annelot zouden we naar Oostenrijk gaan om even lekker te skiën en te genieten. Tijdens de vakantie viel op dat ik een opgezette klier had ter grootte van een kleine knikker boven mijn rechter sleutelbeen. Ik was meteen onrustig.”
 

“Lekker is dat. Je bent heerlijk wezen skiën, je wenst op de zaak iedereen een mooi jaar, je drinkt een glas champagne en de dag erna - op 6 januari - zit je bij de huisarts. Die stuurde me met een formulier naar het ziekenhuis om bloed te prikken. Daarop zag ik dat ze geen ‘spoed’ hadden aangekruist, dus dat heb ik zelf maar gedaan. Dan had ik in elk geval dezelfde dag al uitslag.”

Normaal maken ze met een klier geen haast, waarom nu wel?

 

“Die dag belde mijn huisarts inderdaad en zei dat het verder onderzocht moest worden. Ze had al overlegd met de internist en dat het allemaal zo snel ging, vond ik wel vreemd. Waarom maken ze zoveel tempo? Normaal wachten ze met een opgezette klier drie tot zes weken tot hij weg is. Zo niet dan pakken ze door en dat deden ze nu al direct. Vreemd!”

Joh, ik zie zoveel vlekken en plekken op de scan. We gaan je maar opnemen.

 

 

Wat leverde het onderzoek op?

“Op de echo konden ze niets vinden, en ik kreeg allerlei aanvullende bloedonderzoeken. Weer een rondje ziekenhuis en weer hadden ze geen idee. Maar die klier zat er nog. Mijn eigen gedachten waren al op de loop gegaan en ik vroeg de internist ‘denk je dat ik kanker heb?’ Ze zei ‘dat weet ik niet maar die mogelijkheid staat wel op het lijstje’. ‘Hoe hoog vroeg ik?’ ‘Bovenaan, zei ze’.”

 

“Het was begin februari en we waren een maand verder zonder dat er iets werd gevonden. In het weekend werd ik koortsig en moest ik langskomen in het ziekenhuis voor wat onderzoekjes. Ik kreeg toen ook een CT scan met contrastvloeistof. Een uurtje daarna hoorde ik ‘joh, we gaan je opnemen want ik zie allemaal rare vlekken en plekken.’ Ik moest ervan uit gaan dat dit niet meer goed kwam en dat het kanker kon zijn. Dan mag je je vrouw opbellen met de uitslag waarvan ze weet dat je ‘m gaat vertellen. Het k-woord is gevallen.”

Eerst heb je kanker, en dan ga je naar huis met een infectieziekte.

 

“Ik kreeg een dubbele longontsteking en had vocht bij mijn hart. Mijn lichaam kreeg te weinig zuurstof waardoor het nog harder aan de bak moest. Ook kreeg ik antibiotica en omdat dit aansloeg, dachten ze aan een infectieziekte. Maar de internist wilde toch de klier eruit laten halen. Dat gebeurde en op 10 februari werd ik ontslagen met de diagnose infectieziekte. Raar, eerst heb je hoogstwaarschijnlijk kanker en je gaat naar huis met een infectieziekte. Op 14 februari – ja ja, happy Valentine! - belde mijn huisarts met de vraag of ik thuis was. Ze had slecht nieuws: ‘je hebt toch kanker’. Kim lag boven te slapen en toen mocht ik naar boven. Dat zijn veel traptreden als je weet dat je iemands leven gaat verpesten.”
 

“Ik bleek een vorm van teelbalkanker te hebben waarmee ze redelijk veel ervaring hadden. Ik werd doorverwezen naar het UMCG in Groningen en op 3 maart startte de eerste van vier achtdaagse chemokuren. De arts zei ‘Je bent jong, dus je kunt veel hebben. We gaan je langs de afgrond trekken, maar je mag er net niet in vallen.’ Een fijn vooruitzicht.”

 

We gaan je langs de afgrond trekken, maar je mag er net niet in vallen.

 

“Die chemo’s waren slopend, maar ik bleef aan mijn lichaam denken. 5% ervan is ziek, dus die 95% ging ik zo goed mogelijk onderhouden. Veel wandelen in het ziekenhuis, fysio, zo probeerde ik in beweging te blijven ook al werd het door de kuren steeds moeilijker.”

 

“Bij de vierde kuur ging het echt mis. Mijn bloedwaarden verslechterden en ik kreeg bloedtransfusies. Mijn eigen lichaam was niet meer in staat om de boel in de lucht te houden dus ik moest geholpen worden. En daar kwamen die rode zakken. Dan zit je ineens naar bloed van een ander te kijken, fascinerend. Dat vond ik waanzinnig om te ervaren en daardoor kon ik beter worden.”

 

 

Ik had geen haar, geen smaak en geen energie meer.

 

“Na de vierde kuur mocht ik thuis herstellen. Ik had geen smaak meer, geen haar meer, geen energie meer, ik had van alles niks meer, maar ik had het wel doorstaan, ik was wel trots. Met kleine stapjes zou ik steeds beter worden. Ik ben gaan revalideren in het ziekenhuis en aan het eind kon ik weer hardlopen. Toen ik ziek werd, zou ik met mijn vriend en compagnon Arjen de marathon van New York lopen. Dat ging niet, maar wel de ‘dash to the finishline’. Een 5 kilometerloop de dag voor de marathon vanuit het VN gebouw naar de finish in Central Park. Fantastisch. Ik was de koning te rijk en liep met tranen in mijn ogen over de finish. Dit jaar loop ik de hele rit. Met Arjen ga ik een halve marathon lopen en met mijn andere compagnon Ivo loop ik de marathon van New York op 6 november.”

En daar kwamen die rode zakken!

 

Wat is de impact geweest?
“We gaan allemaal een keer dood. Maar tegelijk weten we ook dat niet iedereen oud wordt. Ineens is er het besef dat jij daar bij zou kunnen zijn. Dat maakt het heel intens. Je weet niet hoe lang je nog leeft, maar vandaag in ieder geval nog wel, dus daar ga ik maar wat mee doen.
Aan het eind van de rit heeft het me meer opgeleverd dan dat het me gekost heeft. Je leert zo goed vaststellen wat er nu echt van waarde is in je leven. Je gezin, je familie, je gezondheid, al die aandacht uit alle hoeken. Daar mag je je handjes voor dichtknijpen. En dat doe ik nog steeds, elke dag.”